Centrum Letsel & Schade

Specialist verzekeringsgeneeskunde en medische expertise

Informatieve artikels

Informatieve artikels (34)

Indien de dader onbekend of onvermogend blijkt, is het billijk dat de staat de slachtoffers mee vergoedt. Deze financiële tegemoetkoming zal heden het aangerichte leed volledig kunnen goedmaken.

U kunt zich wenden tot het staatsfonds, dat heet FONDS Financiële Hulp aan slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden. Dit administratief rechtscollege te Brussel gaat na of de staat financieel kan tussenkomen en bepaalt het bedrag van deze hulp.
Het kan alleen slaan op compensatie voor lichamelijke letsels, vergoeding na een uitspraak van een rechtbank of een hof van beroep. Het betreft een tussenkomst nadat het bedrag waartoe iemand is veroordeeld niet kan worden gerecupereerd. Of wanneer de dader onbekend is. Dan moet geen vonnis worden afgewacht.

Het vonnis is tegen de onwillige dader, niet tegen het Fonds !

Het gaat niet om vergoeding in geval van arbeidsongeval tegen een verzekeringsmaatschappij.
Wel mogelijk tegen een werkgever die in een arbeidsongeval is veroordeeld om de werknemer te vergoeden. De blijvende arbeidsongeschiktheid en morele schade zijn wel onderscheiden begrippen.

Als u uw schade wil laten begroten in cijfers is de bijstand van een medisch expert nuttig. Een arts gespecialiseerd in verzekeringsgeneeskunde kan uw dossier klaarmaken om neer te leggen aan het FONDS.

 

Volledig artikel bij "download bijlagen" hieronder

Cassatie over voorafbestaande toestand in arbeidsrecht (pdf document).

Document hieronder te downloaden bij "download bijlagen". Klik eventueel eerst op "Lees meer" indien u de download link niet direct ziet.

 

 

De indicatieve tabel is in België een lijst van forfaitaire schadevergoedingen die opgesteld is door het Nationaal verbond van magistraten van eerste aanleg en het Koninklijk verbond van vrede- en politierechters. Die lijst is bedoeld als leidraad voor de raming van schade die men niet in concreto (schade waarvan men geen bewijs kan aanvoeren) kan begroten, die men dus niet aan de hand van bewijsstukken kan aantonen (bvb. de morele schade).

Hierbij vindt u de download link naar  - de indicatieve tabel van 2012.

Deze werd ondertussen vervangen door een nieuwere versie, namelijk de indicatieve tabel van 2016 die u terug kan vinden door hier te klikken.

De patiënt heeft recht op inzage in het hem betreffend patiëntendossier.

Aan het verzoek van de patiënt tot inzage in het hem betreffend patiëntendossier wordt onverwijld en ten laatste binnen 15 dagen na ontvangst ervan gevolg gegeven.

Klik op de link bij download bijlage voor volledige wettekst terzake.

Aangezien de expertisegeneeskunde onder het toepassingsgebied valt van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt heeft deze laatste recht op inzage in het door de expertisearts bijgehouden dossier.

Klik onderstaande link voor meer informatie :

http://www.ordomedic.be/nl/adviezen/advies/inzage-door-de-patient-in-zijn-medisch-dossier-opgesteld-door-een-expertisearts

Klik tevens de link bij download bijlage hieronder...

Klik hieronder bij download bijlagen op de link voor de "Europese schaal ter beoordeling van lichamelijke en geestelijke invaliditeit"

Het medisch-gerechtelijk deskundigenonderzoek vormt voortaan een specifiek vakgebied dat almaar aan belang wint door het groeiend aantal geschillen en door de complexiteit van de dossiers.

De wijze waarop onze maatschappij evolueert en de veelvuldige, terzake geldende wettelijke instrumenten leiden tot tal van processen. Ook de almaar meer gespecialiseerde en performantere medische spitstechnologie geeft op haar beurt aanleiding tot tal van geschillen.

Tegen die achtergrond staat de arts-deskundige voor een almaar moeilijkere taak die een steeds zwaardere verantwoordelijkheid impliceert. Het is dus zaak dat een volkomen sluitende kwalificatie de uitoefening van die taak deugdelijk onderbouwt.

Uit een historisch perspectief is de functie van arts-deskundige geleidelijk gegroeid in de rand van een klinische praxis. Sinds een twintigtal jaren zijn de

universiteiten gestart met een aanvullende opleiding in expertisegeneeskunde of in de evaluatie van lichamelijke schade. Die opleidingen verstrekken de medische en juridische kennis die vereist is om een deugdelijk deskundigenonderzoek uit te voeren. Ze behelzen tevens praktische stageperiodes die bij onderlegde deskundigen moeten worden gelopen. In de huidige stand van de gerechtelijke procedure, hoeft bij de aanwijzing van deskundigen door de hoven

en rechtbanken, geen enkel bewijs ter staving van de specifieke vakbekwaamheid te worden voorgelegd en wordt in dat verband evenmin in enige bijzondere voorwaarde voorzien.

Om alle voormelde redenen, ware het passend dat elke aangewezen deskundige over een wettelijk geregelde kwalificatie zou beschikken.

Dit wetsvoorstel strekt ertoe, voor het gerechtelijkmedisch deskundigenonderzoek, in een wettelijk onderbouwde kwalificatie te voorzien. Iedere deskundige die zijn functie opneemt zou, volgens de indieners van het wetsvoorstel, een diploma expertisegeneeskunde of een soortgelijk diploma moeten hebben behaald.

Een zeer nuttige en informatieve brochure over de rechtsbijstandsverzekering werd door OIVO en Assuralia, de federatie van verzekeringsmaatschappijen, samengesteld.

Klik de link hieronder om ze te raadplegen...

\"handicapped\"Personen met een handicap kunnen - als ze aan een aantal voorwaarden voldoen - een speciale parkeerkaart ontvangen. Met deze parkeerkaart is het toegestaan om uw auto op een parkeerplaats voor personen met een handicap te zetten.

Voorwaarden

De parkeerkaart wordt verleend aan:

  •  > personen met een blijvende invaliditeit van minstens 80 %
  •  > personen met een vermindering van hun verplaatsingsmogelijkheden van minstens 2 punten 
  •  > personen met een vermindering van zelfredzaamheid van tenminste 12 punten
  •  > personen met een blijvende invaliditeit van minstens 50% die rechtstreeks te wijten is aan de onderste ledematen
  •  > personen die helemaal zijn verlamd aan de bovenste ledematen of waarvan de bovenste ledematen zijn geamputeerd
  •  > oorlogsinvaliden (burgerlijk of militair) met ten minste 50% oorlogsinvaliditeit
  •  > kinderen met minstens 2 punten voor de categorie \'Verplaatsing\' (handleiding voor evaluatie van de zelfredzaamheid)
  •  > kinderen met minstens 2 punten voor de categorie \'Verplaatsing en mobiliteit\' (pijler 2.3 van de medisch-sociale schaal)

 

Waar aanvragen?

Doorgaans vraagt u de parkeerkaart aan bij het gemeentebestuur van de gemeente waar de persoon met een handicap is ingeschreven in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister. Sommige gemeentebesturen geven deze bevoegdheid door aan het OCMW.

Hoe?

Indien u beschikt over een attest van een officiële of gerechtelijke instantie waaruit blijkt dat één van deze voorwaarden vervuld is dient alleen het aanvraagformulier ingevuld te worden. Indien u niet beschikt over een officieel attest van invaliditeit, dan dient u een controleonderzoek te ondergaan bij een arts van de Federale Overheidsdienst.

Bedrag?

De parkeerkaart zelf is gratis, van onbepaalde duur en geeft recht op:

  •  > parkeren op plaatsen uitsluitend voorbehouden aan personen met een handicap (aangeduid door een blauw teken dat een persoon met een handicap in rolstoel voorstelt)
  •  > onbeperkt parkeren op plaatsen waar de parkeertijd beperkt is (blauwe zone)
  •  > gratis parkeren op plaatsen waar de parkeertijd door een parkeermeter is beperkt, in gemeenten die het toestaan
  •  > gratis parkeren op parkeerplaatsen van de NMBS en de SNCB


Deze rechten gelden alleen op het Belgische grondgebied. In andere landen van de Europese Unie geeft de kaart recht op de parkeervoorzieningen toegestaan door dat land. De kaart is strikt persoonlijk. Ze kan dus maar worden gebruikt wanneer de houder van de kaart door het geparkeerde voertuig wordt vervoerd of wanneer de houder het voertuig zelf bestuurt.

 

Bijkomende informatie

Organisatie

Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid 
Directie-Generaal Personen met een handicap

Adres

Administratief Centrum Kruidtuin 
Finance Tower 
Kruidtuinlaan 50 (bus 50)
1000 Brussel

Tel

0800 987 99 (gratis nummer)

Website

DG Personen met een handicap - website
Brochure parkeerkaart voor personen met een handicap (pdf)

E-mail

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

De begrotingswijze van de schade voortvloeiend uit lichamelijk letsel verschilt naargelang de schade zich situeert in de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, dan wel wanneer het een blijvende arbeidsongeschiktheid (of invaliditeit) betreft.

Men spreekt van tijdelijke arbeidsongeschiktheid in de periode volgend op het ongeval waarin de lichamelijke letsels, opgelopen door het slachtoffer, nog aan evolutie onderhevig zijn. Deze periode loopt tot op de consolidatiedatum, of met andere woorden het moment waarop de toestand van het slachtoffer gestabiliseerd is, hetzij omdat hij volledig genezen is, hetzij omdat verder herstel weinig waarschijnlijk is.

De blijvende invaliditeit begint te lopen op de consolidatiedatum en is - de term zegt het zelf - permanent.

Aangezien de toestand van het slachtoffer tot op de consolidatiedatum aan wijzigingen onderhevig is, is een expertise pas zinvol na de consolidatiedatum. Pas dan zal een expert zicht hebben op de blijvende invaliditeitsgraad in hoofde van het slachtoffer.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

1. Materiële schade

A. Loonverlies

De basis voor de begroting van de materiële schade voortvloeiend uit tijdelijke arbeidsongeschiktheid verschilt, naargelang het slachtoffer een weddetrekkende of een zelfstandige is. Weddetrekkenden Schade ingevolge tijdelijke arbeidsongeschiktheid van een weddetrekkende wordt berekend op basis van het inkomen op de dag van het ongeval.

In de rechtspraak is herhaaldelijk de vraag gerezen of deze schade moet begroot worden in functie van het bruto, semi-bruto of netto inkomen van het slachtoffer.

Het Hof van Cassatie heeft inmiddels herhaalde keren geoordeeld dat de schadevergoeding niet mag begroot worden op basis van het bruto-inkomen, tenzij de rechter vaststelt dat de sociale en fiscale lasten, die het slachtoffer zal moeten betalen op de schadevergoeding gelijk zijn aan deze verschuldigd op zijn loon.

Op de schadevergoeding zijn geen RSZ-bijdragen verschuldigd, zonder dat dit leidt tot een verlies van sociale voordelen. Voortgaand op deze vaststelling hanteert een meerderheid in de rechtspraak het semi-brutoloon, nl. het loon verminderd met RSZ-bijdragen, als maatstaf bij de begroting van het inkomensverlies ingevolge een tijdelijke arbeidsongeschiktheid.
Er is op dit punt echter geen volledige unanimiteit in de rechtspraak. Zo zijn er rechtbanken die uitgaan van het nettoloon en voorbehoud maken voor eventuele fiscale en sociale lasten die hierop zouden drukken.

Zelfstandigen. Veel meer dan bij weddetrekkenden is het inkomen van zelfstandigen aan fluctuaties onderhevig. Daarenboven brengt een arbeidsongeschiktheid niet noodzakelijk een proportioneel inkomensverlies met zich mee. Soms blijft het inkomen zelfs ongewijzigd omdat het bedrijf van het slachtoffer door personeel of collega\'s verder draaiende wordt gehouden.

Is er toch een inkomensverlies, dan kan het inkomen op het ogenblik van het ongeval voor deze professionele categorie een vertekend beeld geven van het daadwerkelijk geleden inkomstenverlies. Om deze reden neemt men bij zelfstandigen als basis voor de schadeberekening vaak een gemiddeld inkomen gedurende een bepaalde referentieperiode (door de rechter bepaald). Doorgaans wordt het netto-inkomen als basis genomen en wordt dit - mits voorlegging van stavingstukken - verhoogd met de vaste kosten die hoe dan ook verschuldigd zijn, zelfs als men geen activiteit kan uitoefenen (bvb. huur kantoorruimte).
Om de schade voortvloeiend uit de tijdelijke arbeidsongeschiktheid te begroten, gaat men vervolgens het basisinkomen vermenigvuldigen met de in het expertiseverslag weerhouden graad van arbeidsongeschiktheid. De uitkeringen die het slachtoffer van het ziekenfonds heeft ontvangen moeten in mindering gebracht worden op de volgens voorgaande formule berekende schadevergoeding.

B. Economische waarde huisvrouw / huisman

Alhoewel een huisvrouw voor haar huishoudelijke taak geen vergoeding ontvangt, vertegenwoordigt haar werkzaamheid een economische waarde. Wanneer zij deze ingevolge een tijdelijke arbeidsongeschiktheid niet meer kan uitoefenen, heeft zij recht op een schadevergoeding voor materiële schade.

De begroting hiervan stelt weinig problemen wanneer de taken van de huisvrouw bij volledige arbeidsongeschiktheid door derden, tegen betaling, worden overgenomen. In voorkomend geval zullen deze kosten integraal door de aansprakelijke gedragen moeten worden.

Indien de taken worden overgenomen door iemand anders binnen het gezin of indien de huisvrouw, ondanks haar arbeidsongeschiktheid, zelf deze taken blijft vervullen, wordt een forfaitaire vergoeding toegekend.

De Indicatieve Tabel voorziet een vergoeding van 700 fr. per dag voor een gezin zonder kinderlast. Voor een gezin met maximum twee kinderen wordt een forfaitaire vergoeding van 1.000 fr. per dag voorzien. Per bijkomend kind stijgt dit bedrag met 200 fr. Deze bedragen gelden voor een arbeidsongeschiktheid van 100 %. Bij lagere percentages worden ook de vergoedingen proportioneel verminderd.

Er zal een verdeling gebeuren van de hierboven aangehaalde waarden wanneer beide partners uit werken gaan, a rato van hun beschikbaarheid voor het huishouden. Anderzijds zullen de basistarieven met 25 % verhoogd worden indien de huisvrouw alleenstaande is (gescheiden, weduwe, ... ).

C. Materiële schade wegens aantasting van fysieke integriteit zonder inkomstenverlies

Wanneer het slachtoffer geen inkomstenverlies lijdt, kunnen we niet terugvallen op bovenstaande berekeningsmethoden. De begroting van schade ingevolge tijdelijke arbeidsongeschiktheid zonder inkomstenverlies gebeurt verschillend naargelang deze arbeidsongeschiktheid volledig of gedeeltelijk is.

Een volledige arbeidsongeschiktheid die niet gepaard gaat met inkomstenverlies is uitzonderlijk. Het is evenwel mogelijk dat bvb. een zaakvoerder van een vennootschap tijdens de periode van volledige arbeidsongeschiktheid zijn inkomen gewoon blijft verder ontvangen, zonder dat hij enige activiteit uitoefent. In dit geval leidt de volledige arbeidsongeschiktheid niet tot inkomensverlies en zal hiervoor ook geen materiële schadevergoeding toegekend worden.

Anders is het wanneer een volledig arbeidsongeschikte, vervroegd het werk hervat. Het spreekt voor zich dat dit een eerder uitzonderlijke situatie is. Zelfs indien het slachtoffer dan geen inkomensverlies lijdt, kan het toch aanspraak maken op een materiële schadevergoeding, voor de meerinspanningen die het moet leveren om zijn inkomen te verwerven.

Samenvattend kan gesteld worden dat het slachtoffer geen aanspraak zal kunnen maken op een vergoeding voor materiële schade wanneer hij tijdens de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid geen inkomensverlies ondergaat en evenmin meerinspanningen moet leveren.

Wanneer het slachtoffer van een ongeval behept is met een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, is de uitoefening van een beroepsactiviteit niet noodzakelijk uitgesloten. In dit geval zal het slachtoffer doorgaans meerinspanningen moeten leveren om zijn inkomen te verwerven. Voor deze bijkomende inspanningen wordt een materiële schadevergoeding toegekend.

De begroting van deze schadepost gebeurt doorgaans forfaitair. De indicatieve tabel stelt een bedrag van 700 Bef /dag voorop bij 100 % arbeidsongeschiktheid. Dit betekent concreet dat bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid het overeenstemmende percentage op dit bedrag wordt toegepast bvb. 50 % arbeidsongeschiktheid = 50% van 700 Bef/dag ofwel 350 Bef/dag.

Bij lage gradaties van arbeidsongeschiktheid kent men vaak geen vergoeding voor meerinspanningen toe. Dit zal geval per geval benaderd worden. Op dit punt kan het expertiseverslag doorslaggevend zijn, wanneer het de noodzaak van meerinspanningen aangeeft.

Andere schadeposten, voortvloeiend uit lichamelijk letsel

Hierboven werden de meest voorkomende vormen van schade, ingevolge aantasting van de fysieke integriteit toegelicht.

In een aantal gevallen geeft lichamelijk letsel aanleiding tot andere vormen van schade, die eens zij vaststaan eveneens voor vergoeding in aanmerking komen.

1. Pretium voluptatis.

Deze schadepost beoogt het verlies of de vermindering van seksueel genot te
vergoeden. Deze vorm van schade kan zich in allerlei gradaties en vormen aandienen, gaande van gevoelloosheid, impotentie, onmogelijkheid om nog op natuurlijke wijze kinderen te krijgen enz.

Gelet op de schroom in hoofde van sommige slachtoffers om deze schadepost aan te kaarten, is een vermelding ervan in het deskundig verslag veelal noodzakelijk om tot vergoeding te komen. Deze schadepost wordt hetzij afzonderlijk vergoed, hetzij samen met de morele schade.

2. Genegenheidsschade.

Genegenheidsschade is een bijzondere vorm van schade, bij weerkaatsing geleden door familieleden wegens het aanschouwen van het lijden van een geliefd wezen.

Vergoeding van genegenheidsschade is eerder uitzonderlijk en beperkt zich in regel tot de gevallen van ernstige blijvende invaliditeit (blindheid, verlamming, amputatie, zware brandwonden), al zijn er in de rechtspraak uitzonderingen op dit beginsel te vinden.

Genegenheidsschade wordt bijna uitsluitend toegekend aan de met het slachtoffer samenwonende naaste verwanten (ouders/kinderen en echtgenoten). In de zeldzame gevallen waar aan zijverwanten (broers/zusters) een vergoeding voor
genegenheidsschade werd toegekend, betrof het telkens een situatie van samenleving.

Het is moeilijk een lijn te trekken in de toegekende bedragen. In de rechtspraak vindt men vergoedingen van 1 Bef tot 750.000 Bef terug.

3. Verlies van een schooljaar.

Wanneer het slachtoffer ingevolge zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid een bepaalde tijd de lessen niet heeft kunnen volgen en/ of geen examens heeft kunnen afleggen, verliest dit slachtoffer een studiejaar. Deze schade wordt door de rechtspraak doorgaans beschouwd als het verlies van een kans. Aan de hand van de door het slachtoffer voorgebrachte bewijzen o.m. van gemiste beroepsinkomsten, zal men pogen dit verlies zo concreet mogelijk te begroten. Meestal ontbreken deze bewijzen, zodat de rechtspraak noodgedwongen terugvalt op forfaitaire bedragen, die stijgen naargelang het scholingsniveau. De Indicatieve tabel voorziet volgende bedragen :

 > lager onderwijs :90.000 Bef

 > middelbaar onderwijs:150.000 Bef

 > hoger onderwijs :200.000 Bef

 > universitair onderwijs:300.000 Bef.

Een aparte vergoeding wordt soms toegekend aan de ouders van het slachtoffer, b.v. omdat gemaakte kosten verloren gaan of omdat zij een jaar langer voor het onderhoud van hun kind zullen moeten instaan.

Rechters doen een beroep op experts om hen klaarheid te verschaffen in technische aangelegenheden, waarin zij zelf niet thuis zijn. Van een medisch expert verwacht de rechter dan ook in eerste instantie dat hij in voor een leek begrijpelijke taal een omstandige omschrijving geeft van de medische toestand van het slachtoffer. De expert zal zich hierbij baseren op het medisch dossier, de ondervraging van het slachtoffer, een onderzoek van het slachtoffer en zonodig bijkomende onderzoeken door specialisten. Voortgaand op de medische feitelijkheden die zijn onderzoek aan het licht brengen, dient een medische expert vervolgens conclusies te trekken naar de schadebeschrijving toe. Deze beschrijving dient, in het belang van het slachtoffer zo diepgaand mogelijk te gebeuren. Tijdelijke arbeidsongeschiktheden worden bij voorkeur uitgedrukt in termijnen en graden. Bij blijvende invaliditeit vermeldt men indien van toepassing - de weerslag van de invaliditeitsgraad op het prestatievermogen van het slachtoffer (bv. noodzaak van meerinspanningen).

Om aan de rechter de waarderingselementen voor de morele schade te verschaffen, moet de expert een nauwkeurig beeld scheppen van de beleving van het trauma (de pijn, de beperkingen in het dagelijks leven, in vrijetijdsbesteding, beroep, de verloren moed.

Bij de schadebegroting eindigt de taak van de expert en begint de taak van de rechter de expert zal de rechter alle elementen verschaffen om een zo correct en volledig mogelijke schadebegroting toe te laten. Van de expert wordt echter niet verwacht dat hijzelf de schade begroot, dit is het domein van de rechter.

Pagina 3 van 4

Copyright © 2013. All Rights Reserved.