Centrum Letsel & Schade

Specialist verzekeringsgeneeskunde en medische expertise

Bibliotheek

Bibliotheek (29)

Publicaties in de CLS bibliotheek

De bedoeling van dit boekje is om het slachtoffer wegwijs te maken. 

In mensentaal !

Dokter Mike-Michel Van Loo en collega’s van Centrum Letsel&Schade Expertise hebben een jarenlange ervaring in de behandeling van dossiers van arbeidsongevallen. Uit de grote hoeveelheid archief materiaal is een keuze gemaakt. De meest voorkomende vragen sinds jaren therapie en verdediging zijn opgelijst.

Met de bedoeling het slachtoffer snel en doeltreffend te helpen werden in dit boekje de voornaamste pistes opgenomen. Er worden bewust bepaalde onderwerpen overgeslagen (zoals het dodelijk ongeval). Ook berekeningswijzen van wettelijke vergoedingen laten we over aan de gespecialiseerde diensten. We bedanken nogmaals de maatschappelijk werkers van het FONDS ARBEIDSONGEVALLEN ( thans Fedris) die kosteloos de slachtoffers te woord staan in de regionale loketten.

In de schoot van INSTITUUT MEDISCHE VERDEDIGING is het initiatief ontstaan om de patiënt in gewone mensentaal te documenteren. Er is in de werkgroep vastgesteld dat dezelfde vragen systematisch voorkomen in het dokterskabinet. Deze samenvatting zal nuttig zijn voor elke arts, kinesist, maatschappelijk werker. We kunnen niet voor iedereen een volledig antwoord geven.

In een streven naar eenvoud wordt eenvoudige terminologie gebruikt. De vakpersonen die in dit boek daar wel naar zoeken vinden zeker hun gading in de databanken van de gespecialiseerde bibliotheken, google, allerhande publicaties. We kunnen de vaklieden zoals dokters, advocaten, vakbonden, via andere wegen zeker helpen bij het opstellen van vorderingen voor de rechtbank. Wij doen de medische omkadering. We geven ook bijstand voor het goed verloop van de medische expertise.

Voor degene die meer gedetailleerde informatie wil: u kan ons team van Centrum Letsel Schade Expertise via mail vragen stellen. Al degenen die werkzaam zijn in de behandeling van arbeidsongevallen worden uitgenodigd om ons te documenteren met informatie die voor ons boekje van dienst kan zijn. Het slachtoffer is ermee gediend. De geneeskunde evolueert . Nuttige voorbeelden uit de rechtspraak en expertise beslissingen zijn welkom. Stuur ons uw opmerkingen gerust op. We houden ook rekening met uw correcties of vernieuwingen die ons worden gesignaleerd.

Dokter Michel Van Loo

Dokter Jan Claessens

Dokter Serge Privalenko

Met dank aan advocaat Ward Van Loo. Deze letselschade advocaat werkte mee aan de informatie rond wetgeving.

---

U kan het ebook door hier te klikken gratis downloaden.

Als u na een arbeidsongeval hulp van iemand anders nodig hebt om dagelijkse handelingen uit te voeren (bijvoorbeeld om u te wassen, te eten of u te verplaatsen), kan de deskundige dokter van de rechtbank of de medische dienst van de verzekeringsmaatschappij beslissen om u een aanvullende vergoeding toe te kennen: de vergoeding voor hulp van derden.

Die vergoeding moet hulp van een derde financieren. Daarom ontvangt u hem niet langer zodra je 91 opeenvolgende dagen gehospitaliseerd bent.

Hoe wordt de hulp van derden geschat?

De dokter baseert zich op een rooster met een aantal stellingen over 6 essentiële handelingen in het dagelijkse leven:

  1. u verplaatsen;
  2. voedsel nuttigen of bereiden;
  3. voor jouw persoonlijke hygiëne instaan en je kleden;
  4. uw woning onderhouden en huishoudelijk werk verrichten;
  5. leven zonder toezicht, je bewust zijn van gevaren en gevaar kunnen vermijden;
  6. kunnen communiceren en sociaal contact hebben.

Hoe beperkter die mogelijkheden, hoe meer hulp van derden u nodig hebt en hoe hoger de vergoeding die u wordt toegekend.

Hoe wordt de vergoeding voor hulp van derden berekend?

Het maximale jaarlijkse bedrag van de vergoeding voor hulp van derden bedraagt 12 keer het gewaarborgde gemiddelde minimummaandinkomen. Dat wordt bepaald door de Nationale Arbeidsraad en wordt regelmatig geïndexeerd.

De vergoeding voor hulp van derden kan ook worden verminderd als u door een nieuwe prothese minder hulp van derden nodig hebt.

Van die vergoeding worden geen socialezekerheidsbijdragen en geen bedrijfsvoorheffing afgehouden.

 

Besluit: u laat zich best op voorhand beraden door een onafhankelijk expert verdediging letselschade.

U hebt als slachtoffer een arbeidscontract. U is ten laste van het ziekenfonds. Het ziekenfonds beslist na een termijn dat u terug moet kunnen werken.

U betwist de verplichte tewerkstelling. U tekent hoger beroep aan bij de arbeidsrechtbank.

Wie betaalt wat ondertussen, in afwachting van een vonnis van de arbeidsrechtbank ?

U hebt bijvoorbeeld een gebroken arm opgelopen door een privaat ongeval thuis.Na een operatie en 3 maanden herstel lijkt alles terug in orde te zijn. Dat vindt ook de adviserend geneesheer van het ziekenfonds: de werknemer kan weer gaan werken. U is van mening dat u nog niet kan gaan werken. U vreest dat uw pijn nog kan verergeren. Of u is bang dat de arm nog niet sterk genoeg is om het werk te hervatten...

De arbeidsgeneesheer oordeelt dan ook dat de werknemer helemaal nog niet kan gaan werken. Waarvan moet u als slachtoffer dan leven in afwachting van het moment dat dit allemaal wel terug lukt? 

Procederen tegen het ziekenfonds

De beslissing van het ziekenfonds om geen uitkeringen meer te betalen, kan men aanvechten bij de arbeidsrechtbank. De procedure kan een lange tijd in beslag nemen. Als u geen vordering stelt dan valt u figuurlijk tussen twee stoelen.

De RVA is een vangnet. U behoudt uw arbeidscontract, de RVA betaalt voorlopige uitkeringen. Dit gebeurt in afwachting van een vonnis.

Uitkeringen van de RVA: het principe

De RVA kent een systeem van zgn. tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Iemand die geen uitkeringen meer krijgt van het ziekenfonds, maar toch nog niet in staat blijkt om zijn job te doen, kan daar een beroep op doen. Dit heeft te maken met het feit dat ‘arbeidsongeschikt zijn’ in het kader van de ziekteverzekering niet hetzelfde is als voor de Arbeidsovereenkomstenwet. In het eerste geval beoordeelt men het algemener (= 66% of meer van zijn vermogen tot verdienen verloren zijn) dan in het tweede geval (= kan men zijn normale taken nog uitoefenen?).

U­itkeringen we­­gens overmacht staat nu ook open in de eerste 6 maanden van de arbeidsongeschiktheid.

Voorwaarden. De RVA kan de werknemer ook zelf aan een onderzoek onderwerpen.

Wanneer de RVA arts dezelfde mening toegedaan is als die van het ziekenfonds dan valt de werknemer alsnog tussen ‘drie’ stoelen. Om dat te vermijden, vraagt men het best eerst de mening van de arbeidsgeneesheer. Als die oordeelt dat men nog arbeidsongeschikt is, dan komt er zelfs geen onderzoek. Daarnaast zal de werknemer ook enkel uitkeringen krijgen als het voor de RVA duidelijk is dat er geen (lichter) vervangingswerk voorhanden is. In dat opzicht kan een verklaring van u dan weer wonderen doen.

Uitkeringen van de RVA: praktisch

De uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid wegens overmacht bedragen 65% (gezinshoofd) of 60% (an­­deren) van het (tot € 1.178 begrensde) brutoloon. De aanvraag moet gebeuren via een formulier C 3.2, de vakbond van de werknemer of uw sociaal secre­­tariaat kennen die procedure wel. Let op! Het gaat om uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid, men kan dit stelsel dus niet eindeloos ‘genieten’. Het heet “ voorlopige werkloosheidsuitkeringen wegens overmacht”.

 

Besluit: de arbeidsgeneesheer speelt hierin een belangrijke rol. De bijstand door een eigen expert, onafhankelijke raadsdokter, is voor het slachtoffer een grote hulp en steun.

Het hof van cassatie bevestigde in zijn arresten van 18 september 1981, 15 maart 1985 en 21 januari 1999 dat artikel 6.1 van het EVRM bepaalt dat eenieder recht heeft op een eerlijke behandeling van zijn zaak en dat het de rechter toekomt feitelijk te toetsen of de aangestelde deskundige voldoet aan de voorwaarden van de onafhankelijkheid aangezien hij hiermee de rechtsgevolgen preciseert die de overeenkomst heeft en dit onder de uitlegging die hij geeft aan de overeenkomsten valt.

In dit laatste arrest bevestigt het hof van cassatie de uitspraak van het hof van beroep te Brussel van 6 juli 1995 dat besliste dat de aanstelling van een onafhankelijke deskundige aan de voorzitter van de rechtbank kan worden gevraagd telkens de verzekeraar weigert over te gaan tot de aanstelling van een deskundige die aan de voorwaarden van onafhankelijkheid beantwoordt. (Cass, 15 maart 1985, Arr. Cass. 15 maart 1985, 428; Cass., 21 januari 1999, Arr.Cass., 1999, 35; Corr. Tongeren, 17 september 1965, R.G.A.R., 1967, nr. 7825; Noot B. VAN DEN BERGH “De bindende derden beslissing: toch niet zo bindend?” onder Antwerpen, 6 juni 2006, R.W. 2008-2009, 1477)

Ook de Nationale Orde van Geneesheren benadrukt de belangrijkheid van de onafhankelijkheid van de geneesheren bij een minnelijke expertise.

 

In zijn advies van 26 september 2002 verklaart het Bureau van de Nationale Orde van Geneesheren dat “Wanneer er meerdere experts zijn, moet elk van hen ten opzichte van alle partijen blijk geven van dezelfde onafhankelijkheid, dezelfde objectiviteit en dezelfde onpartijdigheid, zelfs indien elk van de partijen één van hen moest kiezen. Elke minnelijke expertise houdt inderdaad in alle omstandigheden onafhankelijkheid, onpartijdigheid, rechtschapenheid en bekwaamheid in vanwege alle aangewezen experts”. (zie ook P. LURQUIN, Le traité de l’expertise en toutes matières, I, Bruylant, 1985, 22 - 24 nr. 13 en 15; J. TINANT, “L’expertise médicale amiable : principes et modalités”, Questions de droit des assurances, Ed. jeune barreau de Liège 1996, I, 487; M. BEERENS & L. CORNELIS, “De aansprakelijkheid van de deskundige in privaatrechtelijke geschillen”, Deskundigenonderzoek in privaatrechtelijke geschillen., Intersentia Rechtswetenschappen, 2000, 154, nr. 12; P.H. DELVAUX, “La responsabilité des experts”, L’expertise, colloque UCL, Bruylant 2002, 19-20; M. STORME, “Het ongemak van de gerechtelijke expert”, Liber amicorum Lucien Simont, Bruylant 2002, 214 – 215.)

Dat zelfde advies stelt dat “... elke arts die een expertiseopdracht vervult moet onafhankelijk en onpartijdig zijn zowel ten opzichte van de persoon die hem als expert koos als ten opzichte van de andere personen betrokken bij de expertise. Dit principe wordt trouwens uitdrukkelijk bekrachtigd door artikel 122 van de Code van geneeskundige plichtenleer, terwijl artikel 121 preciseringen geeft over de voorwaarden en modaliteiten van deze onafhankelijkheid.”

Terwijl het advies zelf later toegeeft dat deze principes in de praktijk helemaal niet altijd worden geëerbiedigd. En dat deze situaties, blijkbaar steeds frequenter, die ook het rechtvaardige karakter van het proces, zoals gewaarborgd door artikel 6 van het Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens en van de fundamentele vrijheden, in gevaar kunnen brengen, zouden meer moeten aangeklaagd en bestreden worden, vooral in het medische domein.”

Het advies van de Nationale Raad van 12 april 2003 beklemtoont nogmaals dat de onafhankelijkheid van de raadsarts erg belangrijk is: In de eerste plaats dient beklemtoond te worden dat iedere arts die belast is met een deskundigenonderzoek, ongeacht of het gaat over een gerechtelijk of minnelijk, een tegensprekelijk of eenzijdig onderzoek, onpartijdig en onafhankelijk moet zijn bij de vervulling van zijn opdracht. Deze eigenschappen zijn immers inherent aan om het even welk deskundigenonderzoek.”

Dit advies definieert ‘onpartijdig’ en ‘onafhankelijk’ als volgt:

Deze begrippen betekenen in de eerste plaats dat de deskundige volledig onafhankelijk moet zijn van de partijen in het geding en geen enkele band mag hebben met het geschil waarin het deskundigenonderzoek bevolen is.

In een ruimere zin betekenen onafhankelijkheid en onpartijdigheid bovendien dat de deskundige zijn opdracht moet vervullen in volledige objectiviteit, zonder beïnvloed te worden door enige druk, zoals druk door een overheid, een corporatie of de publieke opinie, noch door het nastreven van een persoonlijk belang, bijvoorbeeld de wil om een rechter, een advocaat of één van de partijen te behagen in de hoop andere opdrachten te krijgen, noch door filosofische, godsdienstige, politieke, culturele, taalkundige of andere opvattingen.”

Een beetje verder stelt het advies dat “Artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij de wet van 10 juni 2001 betreffende de onttrekking en wraking, bepaalt, in combinatie met artikel 966, dat “Iedere rechter [of deskundige] kan worden gewraakt […] : 1° wegens wettelijke verdenking”.

De wettelijke verdenking is een omstandigheid die in de geest van een partij de gewettigde vrees doet ontstaan dat een rechter geen uitspraak kan doen of een deskundige geen technisch advies kan verstrekken op objectieve en onpartijdige wijze.”

Tot slot wordt erop gewezen dat de code van de Nationale Orde van Geneesheren in artikel artikel122 de arts oplegt ‘... zijn beroepsonafhankelijkheid volledig [te] behouden ten opzichte van zijn opdrachtgever en ten opzichte van andere eventuele partijen.
Bij het formuleren van zijn besluiten als arts moet hij enkel volgens zijn geweten handelen.”

Ook in het recent advies van 20 september 2014 betreffende de aanwijzing van artsen als deskundigen in het kader van een rechtsprocedure, wordt nogmaals gewezen op het recht dat partijen hebben op een objectief, met redenen omkleed en onpartijdig advies te verwachten, en dat zelfs elke schijn van partijdigheid dient vermeden te worden, wat volgens de Raad van State inhoudt dat er voldoende waarborgen aanwezig moeten zijn om elke gewettigde twijfel omtrent zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid uit te sluiten (zie ook RvS, voltallige verg., nr. 169.314, 22 maart 2007, JLMB, 2007, p. 677; Rb. Antwerpen, 12 december 2006, Bull. Ass., 2007, p. 475; zie ook: J. VERLU en R. ERGEC, ‘Convention européenne des droits de l’homme’, RPDB, complément VII, 1990, nr. 543 e.v.; D. MAYEURS en P.. STAQUET, ‘L’expertise en droit médical’ in L’Expertise, Commentaires pratiques, Kluwer 2007, Titre IV, chapitre 1er, p. 56-57).

De Raad wijst erin dit advies op dat “de kwestie die onder de geneeskundige vallen technische en zeer specifieke kwesties zijn. De door de deskundige verstrekte antwoorden zijn dikwijls verwoord in een technische, soms hermetische taal voor leken die niet vertrouwd zijn met de geneeskundige. Deze techniciteit en specificiteit verklaren waarom juristen zich doorgaans baseren op de conclusies van de deskundige zonder noodzakelijkerwijze de relevantie ervan te kunnen beoordelen. Gelet op deze realiteit is het dan ook niet alleen belangrijk dat de arts-deskundige zijn opdracht op een gewetensvolle, objectieve en onpartijdige wijze uitvoert, maar ook dat geen enkele gewettigde verdenking rijst over zijn objectiviteit en onpartijdigheid.

De Raad is van oordeel dat “dergelijke verdenking onvermijdelijk rijst wanneer de deskundige zich rechtstreeks of onrechtstreeks in een situatie van economische afhankelijkheid bevindt omdat hij diensten ook aanbiedt aan één van de partijen – of het nu een verzekeringsmaatschappij is of zijn werkgever (bv. een ziekenhuis) of om het even welke andere rechtspersoon of natuurlijke persoon met wie hij zakenrelaties onderhoudt”.

Hoewel dit advies gegeven was naar aanleiding van de aanstelling van een arts als expert in een rechtsprocedure wijst de Raad erop dat “... ook al verstrekt de deskundige slechts een niet-dwingend advies, de doorslaggevend invloed die dit advies in de praktijk heeft, vergt dat de deskundige blijk geeft van onpartijdigheid en objectiviteit en geen gewettigde verdenking ten aanzien van zijn persoon op grond van zijn professionele en persoonlijke situatie mag wekken”.

Aangezien de Raad wijst op het belang dat dergelijke onpartijdigheid en objectiviteit heeft bij een niet-dwingend advies, geldt dit a fortiori op een bindend advies.

De Raad wijst er verder ook op dat “het gering aantal artsen-deskundigen (...) geen reden (is) om deze vereiste van onpartijdigheid en van de afwezigheid van gewettigde verdenking te nuanceren of zelfs af te zwakken. Het toont integendeel aan hoe belangrijk het is dat de verschillende faculteiten geneeskunde bijzondere aandacht schenken aan de opleiding van dit medisch specialisme”.

En dat de arts bij de aanvaarding van zijn opdracht – ook bij MME’s – een curriculum Vitae zou moeten voorleggen met een overzicht van zijn beroepsactiviteiten (opleidingen, publicaties, werkzaamheden inzake technisch advies als bijstandarts of als adviserend arts van een verzekeringsmaatschappij, klinische werkzaamheden, werkzaamheden als arts-ambtenaar, onderzoekswerkzaamheden, enz...), evenals een verklaring op eer aangaande het al dan niet bestaan van een belangenconflict.

Voorts is de Raad er voorstander van enkel de geneesheren die de specialisatie in verzekeringsgeneeskunde en medische expertise hebben genoten, en extra gesensibiliseerd zijn over het belang van de specifieke deontologie en ethiek die hiermee gepaard gaan, als expert zou mogen optreden, in plaats van de verkrijging van de titel op basis van verworden rechten (zoals nu veelal gebeurt) waardoor belangenconflicten zouden worden vermeden.

Indien blijkt dat de raadsarts niet onpartijdig en onafhankelijk optrad, kan dit aanleiding kan geven tot aansprakelijkheid van de raadsdokter.

( HANNEQUART, “L’expertise et le procès en responsabilité”, Mélanges R.O. Dalcq, Larcier 1994, 44 en vlgde. nr.10-17; P.H. DELVAUX, “La responsabilité des experts”, L’expertise, colloque UCL, Bruylant 2002, 20; )

ZIe in dit verband  de studies van volgende rechtsgeleerden. TILLEMAN, B., Gerechtelijk deskundigenonderzoek, die Keure, 2002, nr. 31, p.171; SIMONT, L., “Contribution à l’étude de l’article 1592 du Code Civil”, Mélanges offerts à Pierre Van Ommeslaghe, Brussel, Bruylant, 273.)

thematiek onredelijke of arbitraire beslissingen, grove vergissingen

Partijen kunnen zich onmogelijk verbonden hebben kennelijk onredelijke of arbitraire beslissingen te aanvaarden (B.TILLEMAN, l.c., Gerechtelijk deskundigenonderzoek, 171, nr. 33; Antwerpen, 18 oktober 2006, R.W. 2007-2008, 829; Antwerpen 1 maart 1994, R.W. 1994-1995, 232; Rb.Hasselt 25 maart 1993, T.B.B.R. 1994, 425; Antwerpen, 14 november 2001, R.W. 2003-2004, 908; Antwerpen, 25 april 2005, R.W. 2006-2007, 726; Antwerpen, 23 februari 2005, R.W. 2007-2008, 31., Cass, 31 oktober 2008, R.W. 2009-2010, 1258)

Ook materiële of grove vergissingen in de besluitvorming van de deskundige kunnen ongedaan gemaakt worden door de rechter (Cass, 30 juni 1966, R.W., 1966-1967, 1223; Antwerpen 18 oktober 2006, R.W. 2007-2008, 829, Gent 11 oktober 1994, A.J.T. 1994-1995, 237, noot B. De Temmerman).

De VDAB (Vlaamse dienst voor arbeids bemiddeling) publiceerde een lijst met codes van de problematieken voor de indicatie van arbeidshandicap en de toekenning van het recht op bijzondere tewerkstellingsmaatregelen.

Klik hier voor deze lijst.

Op dezelfde webpagina van de VDAB (klik hier) kan u tevens het standaard formulier vinden voor de aanvraag tot medisch / psychisch / psychologisch advies. In het kader van de ondersteuning van personen met een arbeidshandicap door VDAB/GTB op het vlak van tewerkstelling, is deze verklaring nodig met betrekking tot de medische / psychische / psychologische moeilijkheden personen ondervinden op de arbeidsmarkt.
Om deze personen gepast te begeleiden is het belangrijk dat deze beperkingen worden bevestigd door een arts (specialist).

GEMEEN RECHT  WET ARBEIDSONGEVAL
Alle verliezen, niks uitgezonderd
Aansprakelijke derde die in fout is
forfait met plafond
enkel inkomsten verlies dus economische schade
geen fout
 Welke verliezen worden betaald ?

UITGAVEN :

Alle medische kosten en werkelijk alle verliezen die in oorzakelijk verband staan
( bewijsprobleem)

-------------------------------------------------------------

TIJDELIJKE ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Het totaal inkomstenverlies

Meerinspanningen voor de dagen dat men het beroep uitoefende met lichamelijke hinder

Huishoudschade

Morele schade: persoonlijke ongeschiktheid – pretium doloris ( prijs van de pijn in zware gevallen)

 Welke verliezen worden betaald ?

UITGAVEN :

Alle medische kosten plus wat is beschreven in de wet: prothesen, orthesen, verplaatsingskosten ( dus binnen de perken van de wet en niks méér)

--------------------------------------------------------

TIJDELIJKE ARBEIDSONGESCHIKTHEID

90 % van het maandloon ( met plafond)

 BLIJVENDE ONGESCHIKTHEID - WIJZE VAN EVALUATIE EN BEGROTING

Schending van de mogelijkheden op de arbeidsmarkt, vermindering van concurrentie mogelijkheden tegenover andere werkkrachten in de sector

----------------------------------------------------------------

Voorafbetaande toestand wordt in aanmerking genomen dus vermindering percentage en vergoeding inperken als het lichaam al eerder was aangetast op zelfde plaats

enkel de verergering wordt vergoed

---------------------------------------------------------------
Alle andere schadeposten:

Persoonlijke ongeschiktheid

Persoonlijke ongeschiktheid ( volgens de indicatieve tabellen mag met het niet meer “ invaliditeit” noemen. De franstaligen noemen het nochtans nog vaak “ invalidité”. Het is de vroegere morele schade ( die terminologie is gebannen)

Sexuele schade

Genoegenschade ( hobby weggevallen)

Esthetische schade ( schoonheid verminderd)

Hulp van derden ( zonder plafond)

 BLIJVENDE ONGESCHIKTHEID - WIJZE VAN EVALUATIE EN BEGROTING

Schending van de mogelijkheden op de arbeidsmarkt, vermindering van concurrentie mogelijkheden tegenover andere werkkrachten in de sector

--------------------------------------------------------

ongeacht de voorafbestaande toestand / evaluatie in zijn totaliteit, het lichaam wordt bekeken in zijn totaliteit
de minste verergering van een voorafbestaande toestand volstaat voor volledige vergoeding

Hulp van derden ( geplafonneerd)

WELKE GELDEN

Kapitaal of rente
Niet geplafonneerd, het moet de werkelijke schade vergoeden, niks meer niks minder
en op basis van totaal geschat inkomstenverlies tot overlijden

 WELKE GELDEN

Forfait ( begrensd tot plafond zoals becijferd in de wet arbeidsongevallen)

HERZIENBAARHEID

Niet herzienbaar, definitieve vergoeding
Tenzij uitdrukkelijk voorbehoud voor de toekomst wordt overeengekomen of gevonnist ( reserve voor de toekomst is uitzondering op de regel van defintieve vergoeding in gemeen recht)

HERZIENBAARHEID

Gedurende drie jaar herzienbaar
In geval van verergering van minstens x %

CONSOLIDATIEDATUM
Ongeacht al dan niet werkhervatting.
Een huismoeder kan bijvoorbeeld arbeidsongeschikt verklaard worden.
---
minnelijke schikking mogelijk
minnelijke expertise met bindende derdenbeslissing mogelijk (MME)
CONSOLIDATIEDATUM
In arbeidsrecht gaat de consolidatiedatum gepaard met echte werkhervatting tenzij volledig arbeidsongeschikt verklaard.
---
Partijen kunnen gemeenschappelijk onderzoek organiseren maar de MME ( minnelijke medisch expertise is verboden ! Van openbare orde, hiervan mag niet worden afgeweken. Dit is gunstig voor het slachtoffer vermits verzekeringsmaatschappijen dikwijls de MME misbruiken ( er kan meestal door de rechtbank niks meer aan veranderd worden)
   

De vergoeding van een arbeidsongeval is volledig verschilend van een vergoeding in gemeen recht. We gaan het hier uitsluitend hebben over een arbeidsongeval.

In mijn praktijk als raadsdokter moet ik met de patiënt beslissingen treffen. De patient komt me vragen of hij een beslissing van de arbeidsongevallen verzekering zou aanvechten en vraagt aan de raadsdokter expert welk geld hij zal ontvangen.

Er wordt dan met de patiënt een afweging gemaakt over het al dan niet aannemen van een vergoedingsvoorstel. De dokter begeleidt de patiënt in het nemen van een beslissing over ja dan neen aanvechten van een voorstel van de verzekering.

De indicatieve tabel is in België een lijst van forfaitaire schadevergoedingen die opgesteld is door het Nationaal verbond van magistraten van eerste aanleg en het Koninklijk verbond van vrede- en politierechters. Die lijst is bedoeld als leidraad voor de raming van schade die men niet in concreto (schade waarvan men geen bewijs kan aanvoeren) kan begroten, die men dus niet aan de hand van bewijsstukken kan aantonen (bvb. de morele schade).

Door hier te klikken kan u de tabel van 2016 raadplegen.

 

Voor de de voorgaande en verouderde tabel verwijzen wij u naar de versie van 2012.

Ik werd als behandelende arts voor het Rode Kruis dikwijls geconfronteerd met de zogenaamde

-       tenniselleboog

-       secretaresse pols

-       yachties shoulder

-       computer-freak-schouder.

In enkele gevallen kwamen in mijn spoeddienst in het Rode Kruis Ziekenhuis jongeren met een “ sms duim”. Dus een ontsteking van duimgewricht door voortdurend inspanningen met de duim te doen tijdens urenlang sms-en en chatten.

De secretaresse zit urenlang voor de PC in dezelfde houding met hand en pols.

De zeiler heeft na een nacht doorzeilen op lange tochten de klok rond geslapen in een scheepskooi op een versleten mousse, terwijl de boot in de ligplaats toch blijft schommelen. Hij is in zodanig diepe slaap verzonken dat hij zich niet voldoende heeft rondgedraaid in zijn krap zeebedje. Dikwijls met een scheepsmaat die ernaast slaapt en ze willen niet tegen elkaar zich ronddraaien. De schouder geraakt overbelast.

De internet surfer zit urenlang geboeid te chatten, via internet partner te zoeken en is niet geneigd zijn werkpost te verlaten om de spieren even te ontspannen…

Een koppel koopt een huis en vliegt er enthousiast in om te schilderen en behangen. Urenlang dezelfde bewegingen die ze niet gewoon zijn in hun vorig leven.

Dit zijn allemaal fenomenen die tendinitis in de hand werken bij kerngezonde jonge sterke mensen.

Het komt voor in alle plaatsen van het lichaam waar een pees tegen het bot wrijft: elleboog, duim, hiel, schouder. We zien in onze spoeddienst ZNA Haven Antwerpen een toenemend aantal schouderklachten door tendinitis. Zelfs bij jonge mensen die te lang aan de computer zitten met opgetrokken armen wat na uren een krampachtige houding betekent. De patiënten zijn zodanig begeesterd van het internetten dat zij abnormaal lang in dezelfde geforceerde houding aan de PC blijven zitten.

Het is een reactie van het lichaam wanneer een pees voortdurend tegen een beenderig lichaamsdeel wrijft. Bijvoorbeeld de plaats waar een schouderspier opgehangen is aan het bot.

Door de wrijving ontstaat een chemisch proces. De bloeddoorstroming wordt verstoord. Het vochtgehalte in de weefssels neemt toe. Het is een normale reactie van het lichaam om de schade te herstellen. De witte bloedcellen nemen toe, er ontstaat een laagje vocht dat niet goed wegkan uit het weefsel. Dit leidt tot een ontsteking, de zenuwbanen reageren met pijn als gevolg ( zie mijn eerder artikel over pijn in het algemeen, oorzaken van pijn en soorten pijn).

De bedoeling van deze tekst is om in consultaties met mijn patiënten of rechtzoekenden in medische expertises wat wegwijs te maken in terminologie, het fenomeen uitleggen en de mogelijke behandeling of zelfgenezing.

-----------------------------------------------------------------------------------------------

HOE WORDT DIAGNOSE GESTELD

EN WAT IS DE THERAPIE ?

Een expert in deze materie is professor dokter Franky Van Steenbrugge. Op 13 april 2013 is in het magazine PLUS-KNACK een interview verschenen. Daarin legt dokter Van Steenbrugge in mensentaal uit wat tendinitis is, en hoe het kan behandeld worden.

Ik zou het zelf niet duidelijker kunnen uitleggen wanneer ik in mensentaal raad moet geven aan de recht zoekende in een expertise, of wanneer iemand onze ZNA spoeddienst bezoekt. Daarom wordt verwezen naar  een publicatie die hieronder geciteerd wordt.  U kunt hiervoor ook googelen met trefwoorden “ Plus Magazine – Tien vragen over tendinitis “

 

Begin citaat PLUS – KNACK magazine, reporter Ariane De Borger -13.4.2013

 

“”Een tendinitis is een ontsteking van een spierpees die gekenmerkt wordt door pijn op de plaats waar de spierpees aanhecht op het bot. Wij legden tien vragen over dit, soms behoorlijk hardnekkige, probleem voor aan Professor Franky Steenbrugge.

1 WAT IS TENDINITIS?

Prof. Dr. Franky Steenbrugge, orthopedisch chirurg, UGent en ASZ Aalst: Een tendinitis of peesontsteking is een reactie, een chemisch proces dat ontstaat door irritatie of beschadiging van een pees. Door de celbeschadiging ontstaat er een cascade van opeenvolgende reacties die tot de vorming van prostaglandines leiden. Het ziekteproces veroorzaakt een verhoogde bloeddoorstroming in de pees en het vochtgehalte in de weefsels neemt toe. De witte bloedcellen trachten het probleem aan te pakken en het weefsel probeert zich te herstellen door nieuw, gezond weefsel te vormen. De zwelling waarmee dit ziekteproces gepaard gaat, maar ook de prostaglandines, kunnen pijn veroorzaken omdat ze de lokale pijnreceptoren prikkelen. Tendinitisklachten komen vooral voor ter hoogte van de hand en de elleboog ? de bekende tenniselleboog ? maar ook van de schouder, de knie (patellapees) en de hiel (achillespees).

2 WAT ZIJN DE SYMPTOMEN?

Prof. F.S.: De verschillende fases van het ziekteproces leiden tot een aantal klassieke symptomen: zwelling (tumor), calor (warmte), rubor (roodheid) en dolor (pijn). Ook is er dikwijls een verminderde functie van de pees (functio laesa). De toename van de bloedcirculatie en het vochtgehalte zorgen voor de zwelling en deels ook voor roodheid en warmte. De verhoogde celactiviteit zorgt eveneens voor bijkomende warmte. En zoals gezegd, veroorzaken de zwelling en de prostaglandines pijn. Hierdoor is men minder geneigd om de pols of elleboog te gebruiken en spreken we dan van een verminderde functie.

3 WAARDOOR WORDT TENDINITIS VEROORZAAKT?

Prof. F.S.: Meestal ligt de oorzaak bij een overbelasting: mensen wagen zich aan repetitieve bewegingen die ze doorgaans niet of niet zo intensief doen. Ze ontpoppen zich ineens tot enthousiaste klussers en behangen in een mum van tijd het huis of spitten de hele tuin om. Ze begrijpen niet waarom juist zij last krijgen en hun buurman, die het hele jaar door in de tuin werkt, niet. Dat komt omdat ze de belasting van hun pezen niet zachtjes hebben opgebouwd en de buurman vermoedelijk wel. Maar tendinitis kan ook ontstaan als een pees tegen beenderige structuren glijdt of wrijft en zo het weefsel beschadigt. De boosdoener kan botaangroei of een osteofiet door artrose zijn, bijvoorbeeld bij hielspoor.

4 HOE STELT U VAST DAT HET OM TENDINITIS GAAT?

Prof. F.S.: Om te beginnen valt er veel af te leiden uit het verhaal van de patiënt die zijn klachten beschrijft. Dan volgt het klinisch onderzoek, met specifieke tests voor de verschillende pezen. Dat kan worden aangevuld met technische onderzoeken: een radiografisch onderzoek en soms een echografie. In uitzonderlijke gevallen kan nog een NMR-onderzoek (nucleaire magnetische resonantie), een bloedonderzoek of een botscan worden gevraagd om tot een precieze diagnose te komen, andere problemen uit te sluiten of de uitgebreid-heid van het letsel te bepalen.

5 HOE KAN TENDINITIS WORDEN VOORKOMEN?

Prof. F.S.: Voorkomen is beter dan genezen. Het is dus beter pezen niet te overbelasten en niet te overdrijven met de duur en intensiviteit van repetitieve bewegingen die u niet gewend bent. Een repetitieve klus of sport kunt u beter meer in de tijd spreiden. Verder kunt u voorzorgen nemen door ergonomische hulpmiddelen te gebruiken, zoals een gelkussentje dat de pols ondersteunt. Soms kan een rustspalk helpen die de pees immobiliseert. Er bestaan ook peesontlastende bandjes (voor knie en elleboog) die de druk wat wegnemen van de pees. Ze moeten wel vrij strak worden aangespannen en dat kan oncomfortabel worden.

6 WAT KAN EEN PATIËNT ZELF DOEN?

Prof. F.S.: Wie een peesontsteking vermoedt, kan de pees best ontzien door de repetitieve bewegingen en de belasting te verminderen of er een tijdje mee te stoppen. Laat het pijnlijke lidmaat rusten (R), ga de zwelling en warmte tegen door er ijs tegen te drukken (I) en leg het lidmaat wat hoger zodat het ontzwelt (E of elevatie, samen RIE). Paracetamol is een goede basispijnstiller. Er bestaan ook krachtiger medicijnen, zoals ontstekingsremmers, maar hiervoor raadpleegt u best een arts.

7 HOE KAN DE HUISARTS TENDINITIS BEHANDELEN?

Prof. F.S.: Na het stellen van de correcte diagnose, zal uw huisarts het ontstekingsproces proberen te stoppen door ontstekingsremmers voor te schrijven. Ze werken in op de cascade en trachten de vorming van prostaglandines tegen te gaan zodat het weefsel de kans krijgt om te herstellen. Aanvullend kan uw arts ter hoogte van de pees een cortisonepreparaat inspuiten dat eveneens het ontstekingsproces afremt. Al moet er verstandig mee worden omgesprongen. Een achillespees verdraagt deze inspuitingen niet zo goed. Ook kinesitherapie kan helpen: massage helpt de zwelling wegnemen en zorgt ervoor dat het gewricht niet verstijft. De combinatie van al deze behandelingen geeft meestal een gunstig resultaat. Maar het duurt wel enkele weken vooraleer er beterschap merkbaar is: heb dus geduld.

8 WELKE BEHANDELING KAN EEN SPECIALIST OVERWEGEN?

Prof. F.S.: Eerst zal hij de diagnose bevestigen, nagaan wat er al is ondernomen en welke behandeling nog soelaas kan brengen. Zoals een infiltratie met cortisone. Soms wordt een shockwavebehandeling ingesteld waarbij het peesweefsel een drietal sessies, gespreid over een aantal weken, met ultrasoon geluid wordt geprikkeld. Dit zorgt voor een weefselreactie die de pees sterker maakt. Exact wat de pees zelf ook probeert te doen. De meerderheid van de patiënten wordt met deze niet-operatieve, conservatieve behandelingen voldoende geholpen. Al zijn sommigen ontgoocheld dat er pas na enkele weken enige verbetering optreedt.

9 WAT ALS DAT ALLEMAAL NIET HELPT?

Prof. F.S.: Wordt er na een aanvaardbare periode onvoldoende resultaat geboekt, dan kan men een operatie overwegen. De precieze locatie van de pees bepaalt wat we doen. We proberen vooral een weefselregeneratie te bekomen: het weefsel stimuleren om nieuw, gezonder weefsel aan te maken. De techniek noemt scarificatie. Eventuele botaangroei wordt dan ook verwijderd.

10 HOE INGRIJPEND IS EEN OPERATIE?

Prof. F.S.: De operatie kan perfect in dagchirurgie. Ik probeer na de ingreep zo weinig mogelijk te immobiliseren om stramheid te voorkomen. Geen gips dus. Andere artsen voorzien soms een tijdje een rustspalk. Het genezingsproces duurt een zestal weken. In die periode revalideert de patiënt voorzichtig en herwint hij de functie van de getroffen pees.

Einde citaat artikel Plus-Knack Magazine 13.4.2013 = bronvermelding bij citaat

In mijn expertise werkzaamheden wordt dikwijls gediscuteerd met de verzekering van tegenpartij over de graad van pijn. Hoe wordt dat gemeten ?

Is er een meetlat om de hoegrootheid van pijn vast te leggen op een schaal ?

En hoe wordt de pijn na een ongeval vergoed ?

Er is volgens de indicatieve tabellen sprake van vergoeding voor een hoeveelheid pijn, uitgedrukt in PRETUM DOLORIS.

De patiënt vraagt zich af hoe zijn pijn wordt beschreven in een schadeclaim. In mijn verdediging van letselschade gebruik ik elementen uit een boek dat hieronder wordt beproken. Deze informatie wordt ook door de letselschade advocaat gebruikt om een schade-eis te formuleren.

Wat hierna volgt heb ik copy-paste ontleend uit de website die is gelinkt op www.seniorennet.be:

www.blog.seniorennet/jules...

Deze bronvermelding is van belang voor elke persoon die meer informatie zoekt over cvs- fybromialgie, vermoeidheidssyndroom.


CITAAT MET VERMELDING VAN BRON AUTEUR

Onderzoek, diagnose en het meten van pijn

Prof. Dr. Wouter W.A. Zuurmond
– SpreekuurThuis -

Pijn is meer dan een eenvoudig neurofysiologisch gebeuren.
Hoewel bijna iedereen het verschijnsel pijn kent, is het moeilijk te meten.
Individuele interpretatie en expressie maken evaluatie en vergelijking lastig.


Verschillende soorten pijn

Voordat chronische pijn behandeld kan worden, moet de oorzaak van de pijn nauwkeurig onderzocht worden.
Daarbij onderscheiden we verschillende soorten pijn :

* Acute en subacute pijn
Hierbij bestaat een duidelijke oorzaak.
Voorbeelden van deze soort zijn pijn na een trauma en pijn bij bevalling.
Ook bij kanker of reuma kan acute pijn optreden.
De pijn ontstaat overwegend aan de uiteinden van de A-deltavezels en C-vezels, die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van pijn.

* Chronische pijn
Wanneer de pijn langer aanhoudt dan het oorspronkelijke lijden doet vermoeden, is er sprake van chronische pijn.
Voor de behandeling van pijn heeft het maken van dit onderscheid tussen verschillende pijnsoorten consequenties voor de behandeling.
Chronische pijn is onder te verdelen in drie soorten, die vaak tegelijk kunnen voorkomen (mengvormen) : weefselpijn, zenuwpijn en pijn van psychologische oorsprong.

  • Weefselpijn
    Weefselpijn, ook wel nociceptieve pijn genoemd, is pijn die ontstaat bij de zenuwuiteinden die voor het pijngevoel verantwoordelijk zijn : A-deltavezels en C-vezels (cfr. 'Hoe ontstaat pijn' : http://www.spreekuurthuis.nl/themapag.html?thema=Chronische+pijn&hfdstk=3 -).
    Deze pijn begint vaak acuut als waarschuwingssignaal, maar kan overgaan in chronische pijn.
    Voorbeelden, waarbij de weefselpijn de boventoon voert, zijn : pijn bij of na (chronische) ontstekingen, fracturen en artrose van de gewrichten.
    Het karakter van de pijn wordt aangegeven als dof, scherp, kloppend of stekend.
  • Zenuwpijn
    Zenuwpijn, ook wel 'neuropathische pijn' genoemd, is pijn die wordt veroorzaakt door beschadigingen of afwijkingen van het zenuwstelsel zelf, dat wil zeggen vanaf de zenuwuiteinden, zenuwen, zenuwknopen, ruggenmerg tot en met de hersenen.
    Volgens de definitie van de International Association for the Study of Pain is dit pijn die ontstaat of wordt veroorzaakt door schade aan het zenuwweefsel of door een functiestoornis daarvan.
    De pijn ontstaat en wordt onderhouden binnen het zenuwstelsel, soms zelfs bij afwezigheid van prikkels.
    Deze pijn heeft, zoals bij chronische pijn vaak het geval is, geen waarschuwingsfunctie meer en is derhalve zinloos.
    De symptomen van zenuwpijn die spontaan kunnen optreden, zijn te omschrijven als een brandende, schrijnende, schietende, stekende en/of tintelende pijn.
    Tevens kan er sprake zijn van een koudesensatie, jeuken en/of elektrische sensaties (paresthesieën).
    De pijn is niet afhankelijk van bewegingen of belasting en kan continu aanwezig zijn met een wisselende intensiteit of intermitterend (in aanvallen).
    De zenuwpijn kan ook optreden in het verloop van een zenuwbaan, zoals bij rug- en of nekklachten, tintelingen of pijnlijke sensaties in armen, handen, benen of voeten.
    Een ander typisch kenmerk van zenuwpijn kan de pijn bij aanraking zijn.
    Zelfs wind en tocht kunnen pijn veroorzaken aan of in lichaamsdelen en ook kledingstukken kunnen moeilijk verdragen worden.
    Dit wordt 'allodynie' genoemd.
    Andere kenmerken zijn vermindering van gevoel, verhoogde gevoeligheid voor niet-pijnlijke prikkels (hyperesthesie), een abnormale pijnreactie op een geringe pijnprikkel (hyperalgesie) of een abnormale pijnlijke reactie op een herhaalde prikkel (hyperpathie).
    Zenuwpijn kan vele oorzaken hebben :
    - infecties (na gordelroos, Lyme disease, AIDS)
    - letsels (amputatie, operatie, bevriezing, verbranding, dwarslaesie)
    - zenuwbeklemming, bijvoorbeeld ten gevolge van inzakking van de wervels bij osteoporose of trauma
    - neurologische ziektebeelden (multiple sclerose, na een beroerte of hersenbloeding)
    - stofwisselingsstoornissen zoals suikerziekte, te geringe wer-king van de schildklier
    - bijwerkingen van geneesmiddelen (cytostatica bij chemotherapie)
    - overmatig alcoholgebruik
    - schadelijke stoffen, bijvoorbeeld bij langdurige inademing van afbijtmiddelen die schilders gebruiken, landbouwgiften, lood
    - stress, 'erfelijke gevoeligheid', vermindering van weerstand van het 'zenuwimmuunsysteem'.
    Wanneer het beschadigde zenuwweefsel zich in de ledematen of het lichaam bevindt, spreken we wel van 'perifere' neuropathische pijn; wanneer ruggenmerg of hersenen zijn aangedaan, spreken we wel van 'centrale' zenuwpijn.
    Deze indeling is in feite kunstmatig omdat het zenuwstelsel een 'totaalsysteem' is waarbij het soms niet mogelijk is om een onderscheid in delen te maken.
    Zenuwpijn treedt veelal op in combinatie met weefselpijn.
    Er is echter een aantal specifieke ziektebeelden waarbij neuropathische pijn de boventoon voert (cfr. 'Neuropathische pijn of zenuwpijn' :
    http://www.spreekuurthuis.nl/themapag.html?thema=Chronische+pijn&hfdstk=17 -.
    Zenuwpijn kun je moeilijk behandelen omdat een aantal soorten pijnstillers zoals paracetamol en aspirineachtigen (NSAID's) er minder vat op krijgen.
    Het is van belang om er snel achter te komen of er sprake is van zenuwpijn zodat een passende therapie ingesteld kan worden (cfr. 'Algemene behandelingsmethoden van pijn' :
    http://www.spreekuurthuis.nl/themapag.html?thema=Chronische+pijn&hfdstk=5 -).


Pijn van psychologische oorsprong

Natuurlijk spelen psychologische factoren een rol bij pijn.
Hoe je het ook wendt of keert, pijn heeft invloed op de psyche van de mens en omgekeerd kunnen psychologische factoren de pijn verminderen of verergeren.
Depressiviteit kan zich uiten via pijn en depressiviteit kan pijn en moeheid tot gevolg hebben.
De behandeling van pijn zonder dat er aandacht is voor psychologische factoren is niet verstandig.
Als iemand een schop krijgt, treden er immers al psychische veranderingen op.
Je kunt bijvoorbeeld verdrietig of inwendig boos worden of agressief gedrag gaan vertonen.
Een patiënt kan dan ook terecht boos worden als hij iemand hoort beweren 'dat het allemaal wel tussen zijn oren zal zitten'.
En in diezelfde categorie valt ook een opmerking als 'het zal allemaal wel meevallen omdat deze patiënt die aan chronische pijn lijdt er zo goed uitziet'.
Het is onjuist om iemand die aan pijn lijdt waarvoor geen directe oorzaak gevonden is, als simulant te bestempelen.
Om pijn goed te kunnen behandelen, moet eerst duidelijk zijn hoe ernstig de pijn is.
Pijn is meer dan een eenvoudig neurofysiologisch gebeuren.
Hoewel bijna iedereen het verschijnsel pijn kent, is het moeilijk te meten.
Individuele interpretatie en expressie maken evaluatie en vergelijking lastig.
De drie-eenheid van somatische, psychologische en sociale factoren bepalen pijn en pijngedrag.


De Visuele Analoge Schaal (VAS)

De Visuele Analoge Schaal bestaat uit een 10 cm lange horizontale lijn die loopt van 'Geen pijn' (0) tot 'Ondraaglijke pijn' (10).
De patiënt wordt gevraagd hierop een markering aan te brengen.
De score wordt dan gemeten en uitgedrukt in mm of cm.
Deze schaal wordt waarschijnlijk het meest gebruikt bij de meting van pijn.
Het is een eenvoudige methode om pijn in een getal te laten uitdrukken.
Nadelen van het gebruik van de VAS-schaal kunnen zijn dat de bepaling van de ernst van de pijn op een te simpele, ééndimensionale manier plaatsvindt en dat er altijd patiënten zullen zijn die de test niet (kunnen) begrijpen.

Bij kinderen maakt men gebruik van een plaatje met 'gezichtjes' met verschillende gelaatsuitdrukkingen, waaruit het kind dan het meest toepasselijke kiest (om de gelaatsuitdrukking van de patiënt weer te geven maakt men wel gebruik "gezichtjes"; voor meting van pijn bij kinderen worden de zogenaamde "smiley-zonnetjes" gebruikt.).


Meetvariabelen

Pijngedragingen kunnen op verschillende manieren worden gemeten.
Een aantal meetparameters zijn :
- aantal uren dat de patiënt per etmaal op bed doorbrengt
- geneesmiddelengebruik, welke en hoeveel
- A(ctiviteiten) D(agelijks) L(even)-niveau (ADL-niveau).
Bij chronische-pijnpatiënten kan het bijhouden van een pijndagboek veel informatie over pijnbeleving en pijngedrag opleveren.
Op voorgedrukte bladen kan de patiënt per dag opschrijven wat hij of zij deed (slapen, liggen, zitten, lopen) en kan hij of zij de pijnscore en het geneesmiddelengebruik noteren.
De voordelen hiervan zijn dat bij bezoek aan de behandelende arts het verslag van de pijn niet beïnvloed wordt door de pijn die de patiënt onlangs leed.
Verder geeft het een beeld van het activiteitenpatroon van de patiënt en de invloed van pijn hierop.
Het bijhouden van het dagboek is eenvoudig en geeft een indruk van het gedrag van de patiënt thuis.
Een nadeel kan zijn dat door het bijhouden van het dagboek de patiënt te veel geconfronteerd wordt met zijn pijn en pijnbeleving.
Bovendien vult de ene patiënt het dagboek waarschijnlijk trouwer en preciezer in dan een andere.


Meting van de kwaliteit van het leven

Pijnmeting geeft op zich onvoldoende informatie over de toestand van degene die aan pijn lijdt.
De vraag is wat voor gevolgen de pijn heeft op het leven van de patiënt.
Hoe gaat het op het werk, met het gezinsleven, hoe zijn de sociale contacten ?
Om 'de kwaliteit van leven' te meten, heeft men vele testen ontwikkeld.
De bekendste is de schaal volgens McGill, waarin aandacht wordt besteed aan de verschillende dimensies van het leven : het puur lichamelijke, het sociale gebeuren en de psychologie.
De mening van de familieleden en bekenden die in nauw contact staan met de patiënt en de mening van de behandelende artsen en paramedici moeten eveneens betrokken worden bij de meting van kwaliteit van leven.
Een vermindering van pijn volgens de VAS heeft slechts geringe betekenis als dit weinig of geen invloed heeft op de algemene kwaliteit van leven.
Zowel arts als patiënt kunnen dan niet tevreden zijn.
Andere mogelijkheden tot verbetering van de levenskwaliteit moeten dan worden nagegaan.

Einde citaat boek en vermelding op www.blog.seniorennet/jules   waarnaar wordt verwezen door dokter Michel Van Loo die de tekst copypaste heeft geciteerd op 10.2.2016

StartVorige123VolgendeEinde
Pagina 1 van 3

Copyright © 2013. All Rights Reserved.